Wmo-adviesraad

Leiderdorp

Leden


Leden van de Wmo-adviesraad Leiderdorp

 

Hein van der Zande (1950) is vanaf juni 2017 onafhankelijk voorzitter van de Wmo-adviesraad . Hein woont sinds 1980 in Leiderdorp, is gepensioneerd ambtenaar (Provincie Zuid-Holland) en in 2015 geïnstalleerd als lid van de Wmo-adviesraad. Hij heeft een brede bestuurlijke ervaring in en buiten Leiderdorp. Naast zijn werk (onder meer juridisch en organisatieadviseur) was hij van 1982 tot 1990 lid van de gemeenteraad van Leiderdorp voor de PPR, later PPR-PSP. Daarna was hij actief als voorzitter van de Stichting Theater Muzenhof (1989 – 2007). Buiten Leiderdorp bekleedde Hein gedurende zes jaar (1998 – 2004) de functie van voorzitter van de Vrije School Mareland en in die hoedanigheid begeleider van het fusieproces van de vrije scholen in Leiden. Als lid van het landelijk bestuur(secretaris) van de Vereniging Wereldkinderen was hij een van de spelers in het (re)organisatieproces van het bureau van de vereniging. In de periode 1992 – 2000 was hij voorzitter van Regio 13 van bedoelde vereniging. Hein is thans als vrijwilliger actief in het Leiderdorps Museum. Hein is Buddy bij Stichting Job Buddy waar hij werkzoekenden sneller aan het werk helpt. 

 “Ik heb een brede ontwikkelings- en interesseachtergrond. Ik heb altijd gezegd dat ik naast mijn werk vrijwilligerswerk voor en in de samenleving wil doen. Mijn functies geven daarvan een goed beeld. Mijn grote kracht ligt in het samenbinden en laten samenwerken van mensen, altijd om iets goeds duurzaam en toekomstbestendig neer te zetten. Vanuit dit beeld wil ik me inzetten voor het optimaal gebruiken en benutten van de instrumenten en mogelijkheden die de Wet maatschappelijke ondersteuning biedt”.

 

Jan van Gorp (1945) woont sinds 1978 in Leiderdorp. Toen hij solliciteerde naar een functie binnen de Wmo-adviesraad, was Jan algemeen bestuurslid van de stichting Platform Gehandicaptenbeleid Leiderdorp. 

 “Als lid van de adviescommissie wil ik me inzetten voor mensen met een beperking. Niet dat mensen met individuele klachten naar mij toe kunnen komen, want de adviesraad is niet bevoegd om klachten af te handelen. De adviesraad moet meer gezien worden als een orgaan dat beleid toetst aan de praktijk. Wij ontvangen beleidsstukken van de gemeente en wij signaleren, bijvoorbeeld via cliëntenraden en dergelijke, of de praktijk hierop aansluit. Om mijn werk goed uit te voeren, zal ik mijn bestaande contacten nog verder gaan uitbreiden''.

 

Wies Dahmen (1946) was jarenlang actief als maatschappelijk werker. Door haar vakkennis en ervaring in de zorgsector is zij bij de Wmo-adviesraad van nut. 

 “Ik heb 33 jaar in het medische circuit gewerkt. In die jaren ben ik wel eens aangelopen tegen pijnpunten in de zorg. Ik vind het belangrijk dat in de Wmo-adviesraad leden zitten die met kennis van zaken spreken. Advies geven over nieuwe wetten en hoe die uit te voeren is belangrijk. We moeten niet alleen over regeltjes praten, we moeten ons vooral een beeld kunnen vormen over de uitvoering van de wet. De WMO voorzieningen zijn een vangnet voor mensen die afhankelijk zijn geworden maar we zo lang mogelijk zelfstandig willen blijven wonen. hieraan wil ik mijn bijdrage leveren.


 

Jaap van der Leden (1949) woont sinds 1976 in Leiderdorp en was er huisarts van 1976 tot zijn pensioen in 2014. Hij is lid van de Wmo-adviesraad sinds september 2015. Tijdens zijn werk als huisarts heeft hij veel ervaring opgedaan 'aan het front'. Naast zijn werk als huisarts was hij betrokken bij de opleiding van huisartsen bij het LUMC en was hij actief in sportgeneeskunde. Ook werkte hij enige tijd parttime bij een medische afdeling van Heineken International waar hij de zorg had voor werknemers en hun gezinnen die in het buitenland verbleven of er naartoe reisden. Daarnaast heeft hij altijd belangstelling gehad voor de zorg voor ouderen inclusief de zorg in de laatste levensfase. 

 "Mijn streven is om een bijdrage te leveren, om het gat tussen theorie (de Wmo als wet) en de praktijk te verkleinen. Ik denk dat te realiseren door contact te zoeken met het front, daar waar het moet gebeuren, en te horen wat daar leeft. Waar lopen hulpverleners tegen aan? Zijn mensen die in aanmerking komen voor hulp assertief genoeg om dat te vragen? Het begrip 'stille armoede' wordt vaak genoemd, maar de omvang ervan is onbekend. Ik vind het een uitdaging om daar iets aan te doen. Dat kan alleen door samenwerking; samenwerking binnen de raad, met de gemeente, met hulpverleners en last but not least de mensen die in aanmerking komen voor Wmo-ondersteuning".

 

 


Babs Banning (1950) en ruim 22 jaar woonachtig in Leiderdorp. Door het bestuurswerk bij de Weerklank is Babs betrokken geraakt bij kinderen die extra begeleiding nodig hadden. Door die extra begeleiding werden ze weerbaar gemaakt om een plek in de samenleving te kunnen veroveren. De taak van het Bestuur was om naast de directie de juiste voorwaarden te scheppen voor personeel en kinderen om dit te kunnen realiseren.

 “Wanneer je een goede betaalde functie in de maatschappij hebt, verdient de maatschappij dat je daar iets voor niets terug doet, dus geef je je op als vrijwilliger. “ Dat is wat mijn moeder mij al vroeg meegaf. En toen ik een goede betaalde baan had na mijn studie ben ik dan ook vrijwilligerswerk gaan doen. Dat heeft me altijd veel voldoening gegeven, hoe druk het ook soms was.

Daarnaast is voorlichting op scholen noodzakelijk om leerlingen te laten zien wat het betekent om “iets” te hebben. Dan wordt de acceptatie vergroot en het pesten verkleind. Ik wil me in de WMO adviesraad inzetten voor het op juiste wijze begeleiden van de jeugd die dit nodig heeft vanuit zelfredzaamheid en capaciteiten en gericht op weerbaarheid en opleiding.

 

 

Herman de Kievith woont sinds 2016 heel tevreden in Leiderdorp en is sinds 2017 lid van de WMO-adviesraad. Hij heeft geschiedenis in Leiden gestudeerd. Een studie waar je volgens hem leert een helder en aantrekkelijk verhaal te vertellen. Hij is werkzaam bij de gemeente Den Haag als strategisch adviseur dienstverlening. Hij heeft met name veel ervaring op het gebed van marketing en communicatie.

Ik ben bij de WMO-adviesraad Leiderdorp gegaan, omdat mijn vrouw ziek werd en ik toen zag hoe ingewikkeld het zorglandschap in Nederland in elkaar zit. Als mantelzorger word je overspoeld met regeltjes en regelingen, terwijl je het toch al druk hebt met de zorg voor je dierbare. Verbeter de wereld, begin in Leiderdorp, is dan ook mijn adagium. J

 In mijn huidige werk bij de gemeente Den Haag heb ik in beleidsstukken benadrukt hoe belangrijk ervaring met de situatie van burgers is om een goede dienstverlening te kunnen geven. Je kunt pas iemand begrijpen, als je weet wat deze doormaakt.

Ik zou mijn deelname aan de WMO-adviesraad een succes willen noemen als we in Leiderdorp nog meer oog krijgen voor de ingewikkelde situatie waar een WMO’er zich vaak bevindt. Ik zou het mooi vinden als we via de adviesraad duidelijk kunnen maken welke grote invloed het beleid van de gemeente heeft op de kwaliteit van zijn of haar leven. Een bekende wetenschapper schreef ooit: “We should take care not to make the intellect our god; it has, of course, powerful muscles, but no personality."



Matthijs Landsmeer (1952) woont sinds 1982 in Leiderdorp. Hij was tot aan zijn pensionering in 2018 huisarts op het gezondheidscentrum Florijn. Hij heeft het als een groot voorrecht beschouwd dat hij 36 jaar lang voor velen iets heeft kunnen betekenen op het moment dat zij kwetsbaar waren. Naast het uitoefenen van het huisartsen vak zelf heeft hij veel jonge artsen opgeleid tot huisarts en heeft hij opleiders vertegenwoordigd zowel lokaal als landelijk. Tevens heeft hij 3 jaar zitting gehad in de  medisch ethische commissie van het LUMC om de belangen van de proefpersonen te behartigen.

 

Als werker in de gezondheidszorg, waarbij de huisarts vaak een spilfunctie heeft, ben ik me ervan bewust geworden hoe belangrijk samenwerking is. Samenwerking tussen partijen in het sociale domein heeft als doel, hulp en bescherming bieden aan kwetsbare mensen in onze samenleving.

Dat de partijen in het sociale domein verschillende belangen hebben maakt het werk van de WMO adviesraad des te noodzakelijker. Deze kan vanuit een onafhankelijke positie kritisch meedenken over gezondheidszorgvraagstukken. Vaak werken zorg, welzijn en het sociale domein nog teveel langs elkaar heen. Ik zie het als mijn taak om samen met de leden van de WMO adviesraad mij in te zetten, in het belang van de burger, de reeds in gang gezette ontwikkeling van succesvolle samenwerking tussen alle partijen in de eerste lijn te bevorderen.